‘Om impact te maken is meer nodig dan kennis’

20 mei 2026

Lector Harry van Vliet (HvA) over impact in praktijkgericht onderzoek

De Faculty of Impact staat sinds de oprichting in 2022 open voor kandidaten van alle Nederlandse onderzoeksinstellingen. Opvallend is dat de aanmeldingen vanuit hogescholen fors achterblijven ten opzichte van die uit universiteiten en academische medische centra. ‘Terwijl er absoluut potentie zit in onze hoek’, zegt lector Harry van Vliet van de Hogeschool van Amsterdam. Zijn pleidooi: we moeten naar een bredere definitie van het begrip impact.

Sinds 2019 is Harry van Vliet lector Doorwerking praktijkgericht onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam. En dat begrip ‘doorwerking’ is niet zomaar gekozen, blijkt algauw in het gesprek. Hij vindt dat de term impact binnen de wetenschap een te beperkte definitie heeft gekregen. In zijn ogen wordt impact nog altijd te veel beoordeeld langs de traditionele schaal van wat hij het lineaire model noemt: in de wetenschap wordt iets bedacht, vervolgens brengen we dat in de vorm van een concrete dienst of een tastbaar product naar de samenleving en daar heeft het een bepaalde opbrengst. ‘Van kennis naar kunde naar kassa’, was ooit het adagium van oud-minister Maxime Verhagen. Hoewel in de brede discussie over impact en valorisatie dat traditionele model allang niet meer onbetwist is, merkt Van Vliet dat veel indicatoren bij de beoordeling van onderzoeksvoorstellen er nog altijd sterk op leunen. ‘Door die manier van kijken komt praktijkgericht onderzoek niet goed tot zijn recht’, vindt hij.

Meer dan economische opbrengst
Hij zou impact daarom graag breder definiëren en gebruikt daarvoor de term doorwerking. Al gaat het hem natuurlijk niet om de naam, maar om de invulling. Impact maken gebeurt volgens Van Vliet namelijk in álle fasen van een onderzoekstraject. Er moet in zijn ogen daarom meer aandacht komen voor wat er voor of tijdens het onderzoek gebeurt, niet alleen voor de economische opbrengst achteraf. ‘Door enkel daarop te focussen, meten we het succes af aan een te beperkt aantal indicatoren’, vindt hij, ‘zoals bijvoorbeeld de oprichting van nieuwe startups of het aantal studenten dat ondernemerschapsonderwijs volgt. Valorisatie is slechts één denkbare vorm, terwijl verreweg het grootste deel van de financiering exclusief daarop wordt ingezet. Je kunt er ook anders naar kijken. Maar dan moeten er ook nieuwe indicatoren komen, die niet puur gericht zijn op output en op economische impact. Die zijn we nu aan het ontwikkelen.’

Impactvolle samenwerking
Samenwerking met stakeholders zit in de natuur van praktijkgericht onderzoek. En die samenwerking alleen al kan heel impactvol zijn, zegt Van Vliet. ‘Als je vooraf een marktverkenning of buurtonderzoek doet, en die markt of buurt ook blijft betrekken tijdens het hele traject, krijg je gedeeld eigenaarschap. Je hebt dan achteraf geen kennisoverdracht meer nodig, want iedereen zat er vanaf het begin bij. Bij veel academisch onderzoek is de markt vooraf nog helemaal niet in beeld. Dat is ook niet waar het om moet draaien bij nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek. Maar als je dan aan het eind wel naar de markt wilt, kost het veel energie en doorzettingsvermogen om dat voor elkaar te krijgen.’

Er moet meer aandacht komen voor wat er voor of tijdens het onderzoek gebeurt, niet alleen voor de economische opbrengst achteraf

Hij wil er nadrukkelijk geen oordeel aan verbinden, want hij is overtuigd dat beide routes hun functie hebben. ‘Je kunt uitstekend eerst kennis vergaren en dan kijken hoe dat aansluit bij wat de samenleving nodig heeft. Én je kunt nadenken over de verandering die je wilt bewerkstelligen en vervolgens uitzoeken wie en wat je daarvoor nodig hebt. Mijn punt is vooral dat die eerste route met name in de financiering en beoordeling van onderzoek altijd heel bepalend is geweest. Nu het praktijkgerichte onderzoek een stadium van volwassenheid heeft bereikt, wordt het hoog tijd dat we ook die andere benadering de waardering geven die het verdient.’

Veranderagenda
Om zijn punt te onderstrepen, noemt hij de ‘centres of expertise’ als voorbeeld. Daarin werken hogescholen in de regio samen met het bedrijfsleven en overheden. In Nederland werken inmiddels zo’n vijftig van dat soort centres aan alle grote maatschappelijke thema’s, zoals zorg, klimaat en veiligheid. Van Vliet is enthousiast over de dwarsverbanden die op die manier ontstaan. ‘Maar ik probeer altijd verder te pushen. Zo stellen ze samen vaak kennisagenda’s op. Ik zeg dan: wat jullie nodig hebben, is een veranderagenda. Ga na wat je wilt veranderen en bedenk vervolgens wat je daarvoor nodig hebt. Dat kán kennis zijn, maar dat is lang niet de enige manier om verandering tot stand te brengen. Misschien zit het wel in aanpassingen van de bestaande wet- en regelgeving, of in de partijen die je wilt betrekken. Het gesprek aangaan met stakeholders om voor te sorteren op het effect dat je wilt bereiken: ook dat is een cruciaal onderdeel van impact.’

In een omgeving van onderzoekers is dat soms even wennen, erkent hij. ‘Vanuit ons werk zijn we gericht op het ontwikkelen van kennis. Maar als je alleen een hamer hebt, wordt alles een spijker. Dan ga je denken dat overal kennis in gepompt moet worden. Ik wil dat relativeren, zorgen dat we onze eigen positie als onderzoeker en de rol van kennis weten te verbinden aan wat er binnen een maatschappelijk vraagstuk allemaal nog meer speelt, wie en wat je nodig hebt om tot een oplossing te komen.’

Ga na wat je wilt veranderen en bedenk vervolgens wat je daarvoor nodig hebt

Sleepnet
Het neemt niet weg dat uit onderzoek veel kennis voortkomt die wel degelijk kan bijdragen aan antwoorden op grote maatschappelijke vragen. Toch nuanceert Van Vliet dat ook weer. ‘Ik weet dat ik me er niet populair mee maak, maar ik denk dat dat nog wel eens wordt overschat. Ik heb in het verleden zelf deelgenomen aan initiatieven om met een soort sleepnet de kennis op te halen die kansrijk was voor een vertaling naar business. Dat heette de Valorisatiefabriek. Maar er bleef niet zo veel in het net hangen. Ik weet dat anderen daar heel andere opvattingen over hebben, maar dit was destijds mijn ervaring.’

Wel ziet hij de nodige ambities op hogescholen richting het ondernemerschap. ‘En dat wordt ook zeker aangemoedigd. Studenten met ideeën die ze naar de markt willen brengen, proberen we langs verschillende routes te helpen. Daar zijn ook mooie voorbeelden uit voortgekomen. Daarom verbaast het me dat er zo weinig inschrijvingen zijn bij de Faculty of Impact. Mogelijk heeft het als instrument nog te weinig bekendheid, want met name in de technische hoek zijn er zeker dingen die opgepakt kunnen worden. En vanuit de Take off-regeling van SIA liggen de voorbeelden er ook. Er zit absoluut potentie bij hogescholen om hier gebruik van te maken.’

Schrijf u in en blijf op de hoogte

De Faculty of Impact helpt u uw onderzoek om te zetten in een bedrijf met impact.
Dat doen wij door middel van financiering, een ondernemerschapsprogramma van wereldklasse en coaching./p>